Raften in de jungle in Bolivia

mei 31, 2016

Als ik na een 9 uur durende busrit uitstap in Quanay staat daar een glunderende Ruben me op te wachten, met een grote grijns waardoor ik zie dat hij zijn voortanden mist. Onderweg vanuit La Paz zag ik de vegetatie veranderen: van de kale toppen van de Andes op 4000 meter hoogte naar naar steeds weelderiger en tropische vegetatie op 200 meter hoogte. En is het een stuk warmer dan in La Paz, vochtiger ook. Ruben spreekt uitsluitend Spaans maar ik kan hem redelijk volgen. Hij brengt me naar mijn hotel en haalt me de volgende ochtend om 0700 op. Ik informeer hoe het met de rest van de groep zit: waar zijn zij? Ik zou samen met 3 anderen deze tocht doen, volgens het reisbureau in La Paz. Hij zegt dat we mogelijk de rest morgen onderweg ontmoeten. Ik ben erg verbaast want ik wist niet dat ze er nog niet waren en ook niet dat het nog maar de vraag is of we ze gaan ontmoeten. Hmm, het lijkt me niets met deze man alleen op stap te zijn. We doen samen de boodschappen voor de rafting tour, vlees voor die avond en verder slaat hij groenten en fruit in. Hij haalt een groot pak ijs dat dat hij op het vlees en de groenten legt. Bij zijn huisje pompen we de banden van het vlot op en voortdurend komen er buren langs om te zien wat er gebeurt. Er worden grapjes gemaakt die over mij gaan en ik vang op dat ze het bijzonder vinden dat ik alleen reis. Ik begin het ook wel nu bijzonder te vinden, deze hele onderneming dat ik op een vlot 230 km ga afleggen door de jungle van Bolivia. We sjouwen alles naar de rivier waarna Ruben met bamboestokken in no-time heeft het vlot in elkaar zet waarop we 5 dagen zullen bivakkeren. Campingspullen, een gasfles met een brander gaan erop, mijn rugzak in waterdichte zak, en dan gaan we. Als een koningin zit ik midden op het vlot en Ruben aan de voorkant, met de peddel. Uitgewuifd door bekenden van Ruben roepen ze van alles naar hem, wat ik niet kan verstaan. Ruben is helemaal in zijn element, hij vindt het heerlijk om te gaan en vertelt zoveel gelukkiger te zijn in de natuur dan in zijn huisje.

Het raften is een spannende ervaring: er zijn heel veel stroomversnellingen en soms slaan de golven over ons heen maar omdat Ruben heel beheerst en kalm het vlot door alles heen leidt ben ik vanaf het allereerste moment niet bang. Hij heeft 12 jaar ervaring en kent het gebied op zijn duimpje. Ruben peddelt af en toe maar ik zit alleen maar. Zeer ontspannend om het landschap aan je voorbij te zien glijden. Na iedere bocht is er iets anders en het verveelt nooit. Vooral de eerste dagen zien zien we heel veel goudzoekers, van ondernemingen tot hele families: velen op zoek naar goud en geluk.

Met behulp van de gasfles wordt er iedere maaltijd warm gekookt: rijst, groenten, pasta. Ik eet zeer gevarieerd en Ruben blijkt een prima kok te zijn. Het slapen naast de rivier in een tentje vind ik eng en dat blijft het ook alle nachten. De geluiden van de jungle die nieuw zijn, de angst of er geen dieren om mijn tentje sluipen en natuurlijk meen ik van alles te horen, het feit dat ik op de harde grond lig: ik kan niet zeggen dat ik bijzonder goed slaap. Ruben heeft een enorme machete mee als wapen en zegt geruststellend dat ik niet bang hoeft te zijn. Op dag 2 wordt duidelijk dat er geen andere mensen komen en dat ik alleen blijf, nou ja met Ruben dan.

Dat vind ik echt een teleurstelling maar ik neem me voor het beste ervan te maken. Ruben ontpopt zich regelmatig als filosoof. Hij vindt dat je 3 dingen nodig hebt in het leven: moed, vertrouwen en geloof en dan komt het allemaal goed. Hij hoopt dat hij in de toekomst langere tochten kan maken; hij is met Zwitsers in gesprek over een expeditie vanaf Bolivia naar de Amazone rivier. Hij wil weten hoe het leven in Nederland is en in mijn struikelende Spaans probeer ik dat enigszins duidelijk te maken. Het verschil tussen een kantoorleven en zijn leven kan niet groter zijn.

Vanaf het water zien we de nodige dieren, toekans vliegen over, in een kanyon zien we een kaaiman oversteken, aapjes in de bomen die, als Ruben een bepaalde fluit laat horen, terugschreeuwen. En natuurlijk zijn er ook de muskieten en bijna nog erger de zandvliegen. Daar maak ik kennis mee als ik in badpak uit de rivier het land op kom. Ik word aangevallen door ontelbare zandvliegen.  Ik weet niet hoe snel ik me moet aankleden maar het kwaad is al geschied. Mijn benen, billen zijn overdekt met honderden beten. Daar komen nog volop muskieten beten bij en dit heb ik nooit meegemaakt, zoveel beten. Ik word later behoorlijk ziek van de jeuk en de pijn hoewel de zorgzame Ruben iedere avond water met zout kookt om de beten te wassen om infectie te voorkomen.

We vissen, en eten verse vis, want na dag 2 zijn we even uit de bewoonde wereld en dat betekent geen vlees of kip meer.

Het landschap is en blijft afwisselend en we varen dwars door een groot natuurreservaat waar ook de indegenes leven, de inheemse bevolking. Ruben kookt die dag veel eten voor de lunch en later begrijp ik waarom. Als we eten komen er aarzelend 2 vrouwen dichterbij, met een baby, die ons een aantal yucca’s geven. (soort aardappel) Ruben geeft hen ongevraagd een groot bord met eten waarop ze aanvallen. Ook geeft hij ze suiker waarop ze een fles uit de rivier vullen met water, deze mengen met de suiker en dit opdrinken. Ze zien er slecht uit de vrouwen, veel lelijke plekken op hun huid, en de baby heeft allemaal kale plekken op zijn hoofd. Ruben vertelt dat ze niets hebben deze inheemsen, en geen toegang tot gezondheidszorg. Ook hebben ze geen toegang tot informatie over hygiëne want het drinken uit de rivier is zeer ongezond: vervuiling door de goudzoekers en hun machines, maar ook parasieten die zo in hun lichaam komen. Ruben vertelt dat de gemiddelde leeftijd hier 50 jaar is en dat de regering geen enkel programma heeft voor de inheemsen. Er komen soms artsen, vrijwilligers uit het buitenland, die de dorpen aandoen om enige basiszorg te bieden. Maar ook voor Ruben is de zorg soms slecht bereikbaar. Hij mist zijn voortanden omdat hij een peddel ertegen heeft gekregen. Geen tandarts In Quanay en dus moest hij eerst 9 uur met de bus naar La Paz om ze daar te laten trekken. Hij heeft geen geld voor nieuwe voortanden en gaat voortand loos door het leven. Hij is dol op de vrouwtjes maar vertelt dat het niet veel verschil maakt voor vrouwen. Inderdaad zie ik heel veel slechte gebitten in Bolivia, jong of oud. Ze zijn dol op suiker hier en tandzorg is zeer onderontwikkeld.

Voor de zoveelste keer voel ik hoe blij ik ben dat mijn wieg in Nederland stond.

 

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply